Gezondheidszorg
Enterprise ExcellenceDuurzame netwerken

Netwerken : de vlucht vooruit als enige optie

Ziekenhuisnetwerken en nieuwe eerstelijnszones zijn 'top of mind' bij zorginstellingen en zorgverstrekkers aangezien ze verstrekkende gevolgen hebben voor de toekomstige manier van werken.
Dominique Roodhooft

Als je vandaag kranten of vakbladen openslaat gaat het over de hervormingen in de zorg met ziekenhuisnetwerken en nieuwe eerstelijnszones voorop. Beide zijn momenteel “top of mind” bij zorginstellingen en zorgverstrekkers want ze kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de toekomstige manier van werken. Het tekent ook de dynamiek die er op vandaag bestaat bij de zorgverstrekkers, ze hebben al heel wat kostbare tijd en energie gestoken in overleg met mogelijke netwerkpartners. Iedereen hoopt dat deze inspanningen voldoende vruchten zullen afwerpen.

In Vlaanderen zijn de eerstelijnszones een feit en beschikt de overheid over de intentieverklaringen van de ziekenhuisnetwerken. Ook de laatste losse puzzelstukjes worden ondertussen op hun plaats gelegd. In Wallonië moeten samenwerkingen de komende weken nog verder uitkristalliseren. Maar het gaat vooruit en de belangrijkste uitdaging zal zijn om deze dynamiek aan te houden.

De overheid heeft resoluut voor een bottom-up methode gekozen en dat heeft zijn vruchten afgeworpen: trouwen lukt maar als beide partners voluit voor de relatie willen gaan en dat gaat nu eenmaal eenvoudiger als je je partner kan kiezen. Het vertrouwen zal trouwens broodnodig zijn want het belooft een “bumpy road” te worden. De hervormingen moeten voor betere zorg en gezondheid zorgen met een hogere efficiëntie. We moeten ook durven zeggen dat de nodige rationalisatie impact zal hebben op de tewerkstelling.

De overheid heeft echter heel wat parallelle trajecten tegelijk bottom-up laten groeien: de eerstelijnszones, de GGZ en de ziekhuisnetwerken. De kaart van Vlaanderen toont dat de beperkte sturing en de vrijheid om te kiezen voor de netwerkpartners toch tot mooi afgelijnde zones heeft geleid. Dat de kaarten van de eerstelijnszones, ziekenhuisnetwerken en GGZ niet volledig matchen stond in de sterren geschreven. Een juiste overlap kan je maar realiseren als je de trajecten opeenvolgend opstart, maar dat zal de dynamiek niet ten goede gekomen.  Bij de organisatie van de eerstelijnszones, GGZ en de ziekenhuisnetwerken beginnen we immers niet van een schone lei en moet men rekening houden met de huidige locaties van zorginstellingen, bestaande samenwerkingen in de eerstelijn en verkeersbarrières die impact hebben op aanrijtijden.

Hoewel met het uitkristalliseren van samenwerkingen en eerstelijnszones de eerste horde in de hervorming is genomen, zal het echte werk nu pas beginnen.

Bij de volgende stap zijn er twee zaken belangrijk

1. Een gezamenlijke “purpose” die vertaald moet worden in een zorgstrategisch plan en voor onze minister de hoeksteen van het beleid zal vormen.

Het wordt het plannings- en 
erkenningsinstrument bij uitstek dat ervoor moet zorgen dat men gezamenlijk naar een geïntegreerd zorgmodel en een regionale strategie evolueert die gebaseerd is op behoefte. De allereerste opdracht zal zijn om voldoende toegevoegde waarde te creëren voor de patiënten om hen niet aan een ander netwerk te verliezen. Het is hierbij belangrijk om ook andere actoren te betrekken. Heel wat WZC’s en andere zorgaanbieders hebben op de vorming van ziekenhuisnetwerken en eerstelijnszones zo goed als geen impact gehad, hoewel zij elementaire schakels zijn in het uittekenen van oplossingen voor chronische patiënten en ouderen die eigenlijke aan de grondslag liggen van de huidige reorganisatie.

2. Een samenwerkingsmodel en netwerkmodel dat vertrouwen kan creëren.

Principes van zelfsturing kunnen hierbij helpen. In een zelfsturend of netwerk model kan elk van de netwerkpartners – binnen een afgesproken kader – een rol en verantwoordelijkheid op zich nemen, op voorwaarde dat de rollen duidelijk zijn en er transparante regels gelden. Hierbij is de neutrale rol van een facilitator niet zelden een hefboom  om vooruitgang te boeken waarbij alle netwerkpartners op een zelfde manier en als gelijken participeren. Zo kom je tot een gedistribueerde autoriteit tussen de partners die via kleine stapsgewijze en frequente iteraties vooruitgang boeken.

We kunnen niet temporiseren!

Netwerken die offensief denken en zich organiseren rond een purpose, gedragen door alle medewerkers van het netwerk, zullen veel sneller opportuniteiten detecteren en hierop inspelen. Hierdoor riskeren de netwerken met een afwachtende houding achter de feiten aan te hollen. De technologie staat immers niet stil: nieuwe kapitaalsintensieve technieken, mhealth, sensoren die opvolging op afstand faciliteren en super-specialisatie van artsen maakt het nodig dat we de samenwerking zo snel mogelijk consolideren om volop te kunnen inzetten op vooruitgang, gedragen door een brede basis.

Bedankt voor het lezen

Contacteer onze expert

Dominique Roodhooft

Delen blog