Case Management

Case Management, het nieuwe BPMN?

Patiënten op een spoedafdeling zijn niet zo verschillend van bijvoorbeeld subsidies, uitkeringen, vergunningen en claims, typische voorbeelden van processen die baat hebben bij case management.
Sofie De Coninck

Het was met pijn in het hart dat ik naar de laatste aflevering van Topdokters keek. Wat mij betreft was dit met voorsprong het beste programma dat in jaren op de Vlaamse televisie werd uitgezonden. Elke keer weer een inzicht verkrijgen in hoe artsen hun job uitvoeren en voor elke patiënt het beste resultaat trachten te bereiken, de een al wat arroganter dan de ander, en bovendien op een zeer mooie en serene manier in beeld gebracht, ik vond het alvast hartverwarmend. Telkens ik naar Topdokters keek, vond ik het jammer dat ik zelf geen geneeskunde heb gestudeerd, en dat ik niet tegen bloed kan, dat ook.

Ik was ook steeds verbaasd over de diversiteit van de patiënten, met aandoeningen van verstopte bloedvaten over zware brandwonden tot een smeekbede voor euthanasie. Het deed mij erbij stilstaan dat ook de spoedarts van het ziekenhuis een interessante homo universalis zou zijn om te volgen. Een aantal artikels benadrukken namelijk de zeer grote diversiteit op een spoedafdeling aangezien ze aangeven dat…

  • Er in België gemiddeld 224 spoedcontacten voorkomen per jaar per 1000 inwoners, wat in vergelijking met onze buurlanden vrij hoog is.
  • 65% van de patiënten zelf naar de spoedafdeling komt, zonder verwijsbrief van een andere behandelde arts. Deze patiënten konden dus vanuit medisch oogpunt vaak even goed door een huisarts geholpen worden.
  • 30% van de bezoeken aan de spoeddienst leidt tot een ziekenhuisopname, waarbij deze patiënten later nog voor een bepaalde periode verspreid over het ziekenhuis behandeld worden.

De processen van een spoeddienst in kaart brengen, het is een opdracht waarmee ik in mijn dagdagelijkse realiteit geconfronteerd zou kunnen worden. Vol vertrouwen zou ik van start gaan met het modelleren van bv. ‘het arriveren op de spoedafdeling’ als een proces met gestandaardiseerde activiteiten (bv. inschrijven van de patiënt, overhandigen van een polsbandje aan de patiënt,…) en weinig uitzonderingen dat aan de hand van de traditionele BPMN-notatie eenvoudig kan gemodelleerd worden.

Indien het ziekenhuis echter zou vragen om het volledige patiëntentraject op de spoedafdeling te modelleren, gaande van de screening door de triageverpleegkundige en de spoedarts over de eventuele extra onderzoeken en gesprekken met artsen tot en met het terugkeren naar huis of verhuizen naar een verpleegafdeling in het ziekenhuis, dan wordt het toch al iets complexer. Ook hier kunnen er vrij snel activiteiten geïdentificeerd worden, bv. opmaken van de anamnese, meten van de bloeddruk, uitvoeren van een CT-scan,… maar al snel kom je wellicht ook tot de conclusie dat je toch liever niet degene zou zijn die dit moet modelleren aan de hand van de BPMN-notatie. Alle verschillende types patiënten die op een spoedafdeling over de vloer komen, volgen namelijk een verschillend traject en er zullen heel wat activiteiten zijn die slechts bij een beperkt aantal patiënten worden uitgevoerd.

Indien we er uiteindelijk na lang zwoegen toch in zouden slagen om dit proces te modelleren in BPMN, dan zou een volgende moeilijkheid ontstaan als we voor elke optionele activiteit dienen aan te geven wanneer deze wel of niet dient uitgevoerd te worden. Vaak worden deze beslissingen namelijk niet genomen op basis van vooraf vast te leggen harde criteria maar wel door de artsen zelf op basis van enerzijds de specifieke situatie van de patiënt en anderzijds hun kennis en/of ervaring.

Een dergelijk voorbeeld, waar veel ervaring en/of kennis voor nodig is en waar menselijke interventies of beslissingen noodzakelijk zijn, kan beter gemodelleerd worden aan de hand van de CMMN-notatie en de principes van case management. Deze notatie laat namelijk toe activiteiten te modelleren als losstaande elementen in plaats van een sequentieel traject. Bovendien kan voor elk van de activiteiten ook aangegeven worden of deze verplicht zijn dan wel optioneel.

Tijdens het uitvoeren van de job zal deze notatie op het plan van de arts de verplichte activiteiten sowieso weergeven, maar daarna is de arts vrij om de optionele activiteiten al dan niet meermaals toe te voegen afhankelijk van de specifieke situatie van de patiënt. Vanuit modelleerperspectief zijn patiënten op een spoedafdeling dus ook niet zo verschillend van subsidies, uitkeringen, vergunningen, claims,… allemaal typische voorbeelden van processen die baat hebben bij case management.

Als je er na het lezen van deze blog graag meer over wil weten, dan kan ik een boek (Swenson, K.D. (2010). Mastering the unpredictable: how adaptive Case Management will revolutionize the way that knowledge workers get things done) en een thesis (Mestdagh, C. (2015). Case Management theory, modelling, limitations and tools: an overview. Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde) aanbevelen of neem een kijkje op de website van onze collega’s van Ground lion, maar begin toch maar met een aflevering van Topdokters, dat is nog net iets (ont)spannender.

Bedankt voor het lezen

Contacteer onze expert

Sofie De Coninck